Ruth Lasters

Ruth Lasters
  Profiel   |  Bio   |   Poëzie   |   Proza   |   Luisteren   |   Contact  |  Agenda   |   Links


Bio

Van kindsbeen af ben ik een dwangmatig piekeraar. Schrijven is hier geen remedie tegen. Integendeel, schrijven is voor mij de verrukkelijkste variant van piekeren.

Ik ben geboren in Antwerpen op 5 februari 1979. Een koude maandagavond was het. 'Het moet ergens geweest zijn tussen niet vroeg meer en nog niet heel laat,' zei mijn moeder toen ik haar naar het uur van mijn geboorte vroeg. Sindsdien beeld ik me wel eens in dat ik geboren ben precies op de seconde van het aanspringen van de lantaarns. Misschien deels ook wel omdat lantaarns een belangrijke rol spelen in mijn familiegeschiedenis.

Mijn overgrootvader leed als jongen aan slapeloosheid en staarde daardoor soms uren naar de gietijzeren lantaarnpaal voor zijn raam. Door één of andere maffe reorganisatiemaatregel werd die lantaarn op een dag plots verplaatst naar een andere straat. Hoe hard mijn overgrootvader ook zeurde, de werkmannen die die verplaatsing moesten uitvoeren, weigerden om hem de nieuwe bestemming mee te delen. Wel slaagde hij er nog net op tijd in om met zijn zakmes stiekem een herkenningsteken te krassen in het metaal. Het verhaal doet de ronde dat hij op zijn vergeefse zoektocht naar die paal, mijn overgrootmoeder ontmoette die hem onbeschaamd uitlachte terwijl hij minutenlang de lantaarn voor haar huis betastte.
'Maar dat laatste van dat verhaal, dat ze elkaar zo zouden ontmoet hebben, dat is natuurlijk niet helemaal waar,' vertelde mijn oma mij er altijd bij, waarop ik als kind dan uitriep: 'Ja maar, hoe hebben ze elkaar dan wel ontmoet? Hoe eindigt het verhaal dan echt?'
Ik heb ooit iemand horen zeggen dat iedereen in mijn familie op zijn manier de werkelijkheid weigert. Ik wist toen nog niet wat dat wou zeggen, de werkelijkheid weigeren. Maar het klonk als iets vreselijk ergs, erger dan liegen, spijbelen en zoveel mogelijk badparels inwendig verstoppen, tegelijk.

Ik studeerde Romaanse in Brussel, vertoefde een tijd in Madrid, woonde even in Gent en kwam uiteindelijk terug naar de Scheldestad waar ik, naast schrijven, les geef.

Schrijven is bij mij simpelweg ontstaan uit een waanzinnige crush op woorden, op het mechanisme van taal.

Toen ze mij zeiden dat het alfabet slechts zesentwintig letters telt, werd ik wantrouwig want mijn moeder las mij elke avond hele boeken M.G.Schmidt en Dahl voor en die zinnen bleven maar komen en steeds weer duizelingwekkend van elkaar verschillen, dus zesentwintig letters, dat moest één van die vele dingen zijn die ze je proberen wijs te maken als kind.

Het alfabet, zo'n bijna belachelijk karig instrument dat ongelooflijke combinatiemogelijkheden biedt. Dat daagt mij elke dag uit. Daar ben ik helemaal voor gevallen.